Hofrijtuigen van de B.O.B.  5

Bayerische OstBahn Terrasrijtuig

Dit is deel 5 van het verhaal over koning Ludwigs incognito hofrijtuigen van de B.O.B. (1858-1875) en hoe je ze bouwt opZ: De heer Adler en mevrouw Taube.

Hoge kringen

Het incognito reizen met je eigen privétrein was natuurlijk een bijzondere luxe. Alleen werden die exclusieve groene rijtuigen mettertijd ook weer herkend. De truc was om ook bepaalde anderen van de wagons gebruik te laten maken zodat niet meer geheel zeker was wie er mee reisde al ging dat ten kostte van enige privacy. De “instructie” van 1863 bevat wat interessante feiten. Na dit jaar werden de salonrijtuigen A No1 in München en de A No2 in Regensburg gestationeerd. Voor de inzet werd toen het volgende vastgelegd:

“Aller eerst zyn zy voor de reizende aller hoogste en hoogste Persoonlykheeden bestemd, dog zy kunnen ook andere Reizenden uit den hoogeren maatschappelyke Kringen ter Benutting worden overgelaten."

Voor deze reizigers uit hoge maatschappelijke kringen was dat echter alleen mogelijk wanneer de rijtuigen niet door de hoogste persoonlijkheden als incognitotrein werden opgeëist.

Waar blijven rijtuigen A No3 en A No4?

Het was toegestaan een A-salonrijtuig ook op vreemde sporen, dus buiten het Oostbaannet te gebruiken. Voor de huur van zo’n salonrijtuig moesten minstens 12 Biljetten der 1ste Classe worden gekocht. Hetzelfde gold overigens ook voor buitenlandse rijtuigen op Oostbaansporen. Bij vreemde 3-assige rijtuigen werden minstens 18 Biljetten 1ste Classe gerekend en bij 4-assers zelfs 24.

Deze speciaal voor de eerste twee salonrijtuigen A No1 en A No2 bepaalde instructie werd vanaf 1864 geldig wat natuurlijk alleen kan kloppen als de beide rijtuigen dan ook al in dienst waren. Dus na de definitieve bouwplannen van 1862 moeten de bouwfase en aflevering met zekerheid in 1863 zijn afgerond.

Het derde rijtuig A No3 is nogal raadselachtig. De A No1 en A No2 werden in 1905 uitgerangeerd, maar de derde lijkt vanaf 1913 gewoon van de radar te verdwijnen. Is het wellicht nog een Oost-Europese kippenren? Mijn wat simpele logica veronderstelde nog het bestaan van een B.O.B. rijtuig A No4, maar daarover heb ik niets gevonden. Wellicht is er ooit wel een ontwerp gemaakt dat nooit is uitgevoerd. Er is nog wel een rijtuig A No5 maar dat is een heel ander type.

Terrasrijtuig A No5 B.O.B of Bay?

Het is 1879. De heer Adler en mevrouw Taube kijken vanaf het rijdende terras uit over het romantische landschap van Niederthalgau, dat al sinds de middeleeuwen onveranderd lijkt en waarover de zon in warme hemelkleuren ondergaat. Pas als de eerste sterren verschijnen trekken ze zich terug in het salon van dit oude Oostbaan terrasrijtuig No 5.

Dit zogenaamde terras-salonrijtuig A No5 is een heel ander type luxe rijtuig dan de vorige. In het ambtelijk rapport uit 1876 der Beierse Staatsbaan (K.Bay.Sts.B) vindt men een aan de algemene directie toegewezen rijtuig. Maar dat rijtuig heeft wel de typische kenmerken van de Oostbaan. Hij is daar als rijtuig No5 aangeduid, maar heeft op tekening nummer 18044. Zelfs op de langsdrager staat nog: Rev.20/6 76M. en dat schijnt toch echt 'Oostbaans' te zijn: "Revisiert 20. juni 1876, zu München". Zoals alle eigen hof- en salonrijtuigen was ook deze A No5 in München gestationeerd.

Bayerische OstBahn kaart

Het interieur van de A No3

Typische kenmerken voor de B.O.B. zijn:
• een sterke dakkromming
• een speciaal type lampen
• sterk gespreide ashoudersschoren
• typische wagenkaststeunen aan de langsdrager.

02 Bayerische OstBahn Terrasrijtuig

Helaas is er van rijtuig A No5 geen informatie over de originele toestand of over de veranderingen bekend. In tegenstelling tot een later terrasrijtuig komt hij niet voor in de rapporten of de statistiek van de Oostbaan. Door zijn nummer 18044 lijkt het hier om een oud privérijtuig te gaan van rond 1858. Het lijkt ook wel of er een directiebesluit uit dat jaar naar verwijst:

“In zyne Zitting den 5den maart 1858 is eenstemmig het Besluit vervat, Zyne Majesteit de Koning, ingeval hij met de Oostbaan reist, een eigen, tot Zyne Bestemming aan gemeeten Rytuig ter Beschikking te stellen. Terwyl wy van dit Besluit eerbiediglyk Kennisgeving toestaan, veroorloven wy ons daarmede tegelyk om aller genadiglykst de Beslissing te vragen, of het is toegestaan, Zyne Koninklyke Majesteit betreffende Voorstellen in de Zin des aangeduiden Besluits te doen."

Maar is dit nu ook het privérijtuig uit 1858? Het antwoord is onbekend.

Lees verder in Hofrijtuigen deel 6

op-zet.nl 23/04/2020